De Eerste Statuten
De eerste statuten voor een vereniging, die medio 1908 door Keegstra werden
ontwikkeld, hadden een uitgesproken coöperatief karakter. Ook de gekozen
naam “Samenwerking” drukte dit uit. De financiële paragrafen
in de statuten zouden een belangrijk selectiecriterium vormen. Alleen gegoeden
konden aan deze criteria voldoen. Eventuele winst zou binnen de vereniging
blijven, behoudens een klein dividend indien de resultaten dit mogelijk maakten.
Vrouwen konden geen lid worden tenzij op verzoek na overlijden van de man des
huizes.
Zaterdag 16 oktober 1908 werd de dag van de oprichting van de Amsterdamsche Coöperatieve Woningvereeniging “Samenwerking” met tweeëntwintig leden, allen mannen. Doel van de vereniging was de verbetering van de huisvesting van haar leden.
Spoedig werd de eerste architect aangetrokken, de heer M.J.E. Lippits.
Zijn schetsontwerpen leidden tot een uitbreiding van het ledental tot
drieënvijftig aan het eind van 1908, ondanks de hoogte van de na te streven
huurprijs, die inmiddels was gestegen tot maximaal ƒ 900,- per jaar.
Begin mei 1909 was een obligatie nagenoeg volgetekend en een hypotheek verkregen.
Snel daarna wist de vereniging bouwgrond te verwerven aan de Moreelsestraat,
de Jacob Obrechtstraat, de Frans van Mierisstraat en de Nicolaas Maesstraat.