gevel

De Woningwet

De Woningwet van 1901 was bedoeld om schrijnende toestanden in de volkshuisvesting op te lossen. De wet bood handvatten voor het aangrijpen van misstanden en zij bood de mogelijkheid tot financiële steun voor de bouw van nieuwbouwwoningen.

Hogere ambtenaren, waaronder personen die met de uitvoering van deze wet waren belast, was de oude, slechte situatie een doorn in het oog. Ook hun eigen situatie was voor verbetering vatbaar. Het planmatig bouwen kon tegenwicht bieden aan de wildgroei van die tijd.

Harke Keegstra was op dat moment adjunct-controleur bij de Gemeentebelasting. Hij nam het initiatief om met gelijkgezinden te gaan samenwerken in coöperatief verband.

Voorjaar 1908 besprak een groep van tien personen de plannen voor het oprichten van een vereniging en het bouwen van woningen met de directeur van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht, de heer J.W.C. Tellegen. Men was het erover eens, dat gebouwd zou moeten worden in de Museum-Concertgebouwbuurt, voor een huur van tussen ƒ 400,- en ƒ 600,- per jaar.